Seminar 2011

"Hout: grondstof versus brandstof"

seminar2011

Het seminar vond plaats op 15 september 2011 in het NBC te Nieuwegein en was een overweldigend succes, met Charles Groenhuijsen als dagvoorzitter en uitstekende sprekers.

Meer informatie over het programma, de presentaties van de sprekers, foto's e.d. treft u aan onder het menu-item "seminar 2011"

 

 

 

 

 
Tarieven Verpakkingenbelasting


De verpakkingenbelasting onderscheidt 8 materiaalsoorten. Per materiaalsoort geldt een afzonderlijk tarief. De hoogte van het tarief is gekoppeld aan de druk die het materiaal op het milieu heeft.

Het kabinet is van mening dat het stellen van deze tarieven ertoe kan bijdragen dat producenten, importeurs en concerns zullen streven de hoeveelheden verpakkingsmateriaal terug te dringen en zullen kiezen voor minder milieubelastende verpakkingsmaterialen.

Het aanvankelijke onderscheid tussen primaire (consumenten-), secundaire en tertiaire verpakkingen is met ingang van 2009 komen te vervallen: er geldt één tarief per verpakkingensoort (Houten pallets en verpakkingen vielen destijds in principe onder de tertiaire verpakkingen. Verpakkingen die meerdere keren te gebruiken zijn, zoals poolpallets, werden slechts eenmaal belast).

Voor samengestelde materialen (laminaten) geldt dat de verschillende gebruikte materiaalsoorten apart moeten worden opgegeven.

In de volgende tabel staan de tarieven in euro’s per jaar per kilo verpakkingsmateriaal. Voor het jaar 2012 worden de volgende tarieven verwacht:

De voorgestelde tarieven in 2012 en de tarieven in 2011, 2010 en 2009 in Euro's per kg verpakkingsmateriaal:

Materiaalsoort  2012  2011  2010  2009
Glas 0,0734 0,0722 0,0718 0,0662
Aluminium 0,9726 0,9563 0,9506 0,8766
Overig metaal 0,1622 0,1595 0,1585 0,1461
Kunststof 0,4813 0,4733 0,4705 0,4339
Biokunststof 0,0814 0,0800 0,0795 0,0733
Papier en karton 0,0814 0,0800 0,0795 0,0733
Hout 0,0215 0,0211 0,0210 0,0194
Andere materialen 0,1796 0,1766 0,1755 0,1619


Wanneer betalen

Belastingplichtigen betalen voor het einde van ieder kwartaal een voorschot van 25% van de totale geschatte belasting. Na afloop van het kalenderjaar doet men uiterlijk 31 maart (van het jaar daarop) aangifte van de werkelijk verschuldigde belasting over het voorgaande jaar. De voorlopige betalingen worden met deze aangifte verrekend.

Voor meer informatie verwijzen we u naar de website van de Belastingdienst.